Home » WE HEBBEN GEEN TEKORT AAN ARBEIDSKRACHTEN, MAAR EEN OVERSCHOT AAN SLECHT WERK
Opinie

WE HEBBEN GEEN TEKORT AAN ARBEIDSKRACHTEN, MAAR EEN OVERSCHOT AAN SLECHT WERK

Wiardi Beckman Stichting, 18 februari 2024 – Steeds meer arbeidsmigranten komen uit landen van buiten de Europese Unie, uit Moldavië, Kazachstan, Vietnam of de Filipijnen. Uitbuiting tegengaan op lidstaat-niveau wordt daardoor steeds moeilijker.

Agnes Jongerius
Delegatieleider PvdA in het Europees Parlement

Pijnlijke paradox

Er is sprake van een bijzondere paradox rondom het migratiedebat. Aan de ene kant neemt Europa steeds meer draconische maatregelen aan de buitengrenzen om jonge migranten en vluchtelingen buiten te houden. Wij sluiten als Unie een ‘foute’ deal met Tunesië en kijken toe hoe bootjes met vluchtelingen op de Middellandse zee teruggeduwd worden.

Op hetzelfde moment vinden wij het heel normaal dat bedrijven werknemers uit derde landen binnenhalen onder het mom van vergrijzing en arbeidstekorten. Soms lijkt het alsof werkgevers hun arbeidskrachten per kilo willen bestellen. Eurocommissaris Ylva Johansson zei begin dit jaar zelfs dat Europa elk jaar een miljoen migranten van buiten Europa nodig heeft om de gevolgen van de vergrijzing op te vangen.

Ik ben nu al een aantal jaren aan het knokken voor gelijke rechten voor alle Europese werknemers. Het vrije verkeer van werknemers binnen de Europese Unie is een van de vier vrijheden van de Europese Unie. Niet alleen kapitaal, goederen en diensten mogen vrij binnen de Unie bewegen. Dat geldt ook voor werknemers. Het recht op vrij verkeer is een werknemersrecht en dat moeten wij te allen tijde verdedigen. Maar dit recht mag niet synoniem zijn voor uitbuiting.

Hele sectoren draaien in Nederland op laagbetaalde arbeid. Denk aan de slachthuizen, de land- en tuinbouw, de logistieke centra voor onze supermarkten en voor al die webshops. In veel gevallen werken in deze sectoren bijna alleen arbeidsmigranten en in veel gevallen gaat hun werk hand in hand met uitbuiting.

De afgelopen jaren hebben we in Europa aanzienlijke vooruitgang geboekt bij het bestrijden van deze praktijken. Bij de herziening van de zogenaamde detacheringsrichtlijn in 2018 zijn wij in staat geweest om het beginsel van gelijk loon voor gelijk werk op dezelfde werkplaats vast te leggen. Wanneer een werknemer uit bijvoorbeeld Roemenië of Polen gedetacheerd wordt naar een Nederlandse werkgever, moet hij gewoon volgens de Nederlandse cao beloond worden. Opdat collega’s weer collega’s zijn en geen concurrenten.

Om de grensoverschrijdende uitbuiting aan te pakken, is in 2019 de Europese Arbeidsinspectie (European Labour Authority of ELA) opgericht. De nationale inspectiediensten hebben immers alleen bevoegdheden binnen hun eigen grenzen. Wanneer een werkgever zijn werknemers van elders haalt, kunnen ze weliswaar bellen met hun collega’s van die andere lidstaat, maar die samenwerking verloopt vaak stroef. De ELA biedt hier hulp bij.

In de afgelopen jaren is er al best wat veranderd op de Europese arbeidsmarkten. De route van arbeidsmigranten vanuit Centraal-en Oost-Europa is minder aantrekkelijk geworden. De verhalen over de onheuse bejegening in West-Europa dringen door tot de media en de publieke opinie. In een land als Polen heeft de economische ontwikkeling gezorgd voor meer werkgelegenheid, waardoor (tijdelijke) migratie naar het westen minder aantrekkelijk is.

Sectoren die draaien op goedkope arbeid zoeken daarom naar nieuwe geitenpaadjes. Hiervoor kijken ze buiten de Europese grenzen, door arbeidsmigranten uit derde landen naar West-Europa te halen. De Nederlandse arbeidsinspectie signaleert dat er een flinke groei is van mensen die vanuit Moldavië, Kazachstan, Vietnam of de Filipijnen komen werken in ons land. De inspectie waarschuwt ook dat we nauwelijks zicht hebben over de condities waaronder deze mensen aan het werk zijn en hoe zij gehuisvest zijn.

Overschot aan slecht werk

Ook in ons eigen land kunnen wij de touwtjes strakker aantrekken. We moeten geen kiloknaller arbeidskrachten of tweede of derde klas werknemers willen creëren. Ik durf de stelling aan dat wij geen tekort aan arbeidskrachten hebben, maar een overschot aan slecht werk. Een garantie op fatsoenlijk werk helpt de tekorten tegen te gaan.

Maar meer in het algemeen is het de hoogste tijd dat wij gaan nadenken over wat voor economie, met wat voor soort werkgelegenheid, we willen hebben: Waarom willen we megaslachthuizen, die slecht omgaan met mens en dier? Waarom willen we hier kassen voor de export van komkommers? Hoeveel distributiecentra en loodsen moeten er nog bijkomen?

Lees hier verder (origineel bericht)
×