Home » FNV wil inzet flexwerkers in vleessector flink terugbrengen, naar Duits voorbeeld
Liempde (Boxtel)

FNV wil inzet flexwerkers in vleessector flink terugbrengen, naar Duits voorbeeld

Een Vandaag, 4 december 2020 – Door de inzet van flexwerkers is in de vleesverwerkende industrie grote ongelijkheid en soms zelfs rechteloosheid ontstaan, volgens John Klijn van FNV. Vooral arbeidsmigranten zijn het slachtoffer. Hij wil nu een verbod op flexwerken naar Duits model.

De commissie-Roemer onderzocht de misstanden in de vleesindustrie, en pleitte voor een betere regulering. Zo moet er een einde komen aan de wildgroei van de liefst 14.000 uitzendbureaus. John Klijn van FNV zegt ‘zijn petje af te nemen’ voor het rapport van Roemer, maar wil een stap verdergaan. “Laten we nou het probleem eens bij de wortel aanpakken.”

Geen enkele kans op vast dienstverband

“Het is goedkoper om met flexkrachten te werken”, zegt Klijn. Goedkoper en natuurlijk flexibeler. “Maar vroeger waren het vakmensen, slagersvakmensen. Wat je nu ziet is dat Nederlanders de sector verlaten en worden vervangen door vaak buitenlandse medewerkers, die via uitzendbureaus werken. Die komen niet als vaste medewerker in dienst.”

Dat ze uit het buitenland komen maakt Klijn niets uit, wel dat ze geen enkele kans maken op een vast dienstverband. “Hij komt altijd in dienst van het uitzendbureau.” En dat is praktisch voor de slachterijen, legt Klijn uit, want daar hebben ze geen zin in. “Daar hebben ze uitzendbureaus voor, die zijn erin gespecialiseerd om huisvesting en werkkracht te leveren.”

Simpel werk

“Slachthuiswerk is nooit leuk werk geweest, maar vroeger werd het goed betaald”, vertelt Klijn. “Iemand die in het slachthuis werkte, was vaak de enige die in staat was een rondje te geven”, licht hij toe.

“Ze hebben het werk nu helemaal uit elkaar getrokken en dus onaantrekkelijk gemaakt.” Vroeger werd het werk gedaan door vaklui, door slagersvakmensen, maar dat is nu wel anders, betoogt Klijn. “Het werk houdt alleen nog maar hele simpele handelingen in.”

Laagste schaal

Die Nederlandse werknemer, die wordt te duur geacht, ziet Klijn. “Die werken er al 20, 30, 40 jaar en hebben een behoorlijk salaris opgebouwd. Maar dat is de reden dat ze ook graag ingewisseld worden. Een Nederlandse werknemer in het vlees gaat naar een jaarsalaris van pak ‘m beet 30 duizend euro gemiddeld, terwijl een migrant niet verder komt dat 22, 23 duizend euro, dat is het dan wel.”

“Beiden hebben recht op de vlees-cao”, legt hij uit. “De flexkracht komt bijna standaard binnen in de laagste schaal. Na een jaar krijgen ze een periodiek, een soort ervaringstoeslag, zoals in alle cao’s. Maar na 2 jaar zijn ze vaak weer verdwenen en dan begint de nieuwe weer onderaan.”

Tweederangs medewerkers

“We hebben hierdoor eersterangs en tweederangs medewerkers in het vleesverwerkende bedrijf”, is de analyse van Klijn. “De eersterangs zijn in dienst van het bedrijf, die worden in de praktijk beter betaald, die hebben medezeggenschap, die kunnen verhaal halen, die hebben vaste contracten, daar is eigenlijk weinig mis.”

De problemen zitten naar zijn oordeel bij een aantal van de uitzendbureaus en dat komt de werkgevers prima uit. “De opdrachtgevers in de sector kunnen mooi wegkijken door alle problemen via het uitzendbureau te regelen.”

Commissie-Roemer

Om dit aan te pakken kwam de het ‘Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten’ van oud-SP-voorman Emile Roemer afgelopen oktober met een aantal aanbevelingen. Met onder andere de voorziening van de juiste vergunningen, loskoppeling van huurcontracten en recht op medische zorg.

“Wat de commissie-Roemer heeft gedaan, daar neem ik m’n petje voor af. Wat mij betreft moeten alle aanbevelingen een op een overgenomen worden”, zegt Klijn. Maar een echte oplossing biedt het wat hem betreft niet. “Want de kern van het probleem blijft in stand: namelijk die duizenden mensen in de vleessector die als flexkracht binnenkomen.”

×