Home » Advies over (huisvesting van) arbeidsmigranten ten behoeve van de formerende partijen PVV, NSC, VVD en BBB
Arbeidsmigranten Horst aan de Maas

Advies over (huisvesting van) arbeidsmigranten ten behoeve van de formerende partijen PVV, NSC, VVD en BBB

Aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal
T.a.v. de informateur, de heer Plasterk
Postbus 20018
2500 EA Den Haag

Horst aan de Maas, 2 februari 2024

Betreft: advies over (huisvesting van) arbeidsmigranten ten behoeve van de formerende partijen PVV, NSC, VVD en BBB.

Geachte heer Plasterk,

Horst aan de Maas is een gemeente die heel veel arbeidsmigranten uit met name Oost-Europa huisvest en zoekt naar mogelijkheden om dat op een manier te doen, die zowel de arbeidsmigranten zelf als de burgers die in hun omgeving te maken hebben met de huisvesting van arbeidsmigranten tegemoetkomt. Horst aan de Maas is niet de enige gemeente in Nederland, die te maken heeft met een toestroom van heel veel arbeidsmigranten en die worden dus ook geconfronteerd met dezelfde opdracht.

Het uitvoeren van die opdracht lukt niet altijd, vooral ook omdat het economisch belang van grote ondernemingen (met name in de logistiek, de vleesverwerkende industrie en de land- en tuinbouw in de breedste zin van het woord) vaak prevaleert. Daarover zo dadelijk meer. Tegen die achtergrond is de Werkgroep Huisvesting Arbeidsmigranten in 2018 opgericht in Horst aan de Maas. Als werkgroep zetten wij ons in om bij ontwikkelingen ten aanzien van arbeidsmigratie ook de belangen van de burgers, arbeidsmigranten en de maatschappelijke impact, in de discussies in te brengen.

De werkgroep bestaat vooral uit burgers die te maken hebben met huisvesting van arbeidsmigranten in hun omgeving. De werkgroep is onder andere gesprekspartner voor het college van B&W en het Regionaal overleg (verzamelde gemeente in Noord-Limburg) en heeft in het verleden meerdere vertegenwoordigers van politieke partijen, de Adviesraad Migratie en journalisten {onder andere van Follow the Money, NOS, Nieuwsuur tot Financieel Dagblad) en heeft haar bijdrage geleverd aan de hoorzitting van de Tweede Kamer over arbeidsmigranten.

In de gesprekken met de gemeentelijke en regionale overheid stuiten we naast verschillen van mening vaak op regelingen en ontwikkelingen waarin de gemeente niet bepalend is, maar afhankelijk van regelgeving van hogere overheidsorganen en dan vooral de rijksoverheid.

Vandaar dat wij u deze brief schrijven, waarbij ons doel is dat er binnen de te vormen regering uitdrukkelijk aandacht is voor de lokale gevolgen van de huisvesting van arbeidsmigranten, zowel voor die arbeidsmigranten zelf, maar óók voor de burgers die direct te maken hebben met de huisvesting van arbeidsmigranten.

De huidige situatie!

Allereerst gaan we er van uit dat het u niet zal zijn ontgaan dat sinds een aantal jaren – naast het tewerkstellen van arbeidsmigranten – de huisvesting van diezelfde arbeidsmigranten een waar verdienmodel is geworden, waarbij de exploitanten zich verrijken onder het motto ‘Massa is Kassa’!

Uiteraard kleven daar behoorlijk wat nadelen aan. Als het om arbeidsmigratie gaat zal het u ook niet zijn ontgaan dat mensen in de gebieden waar veel arbeidsmigranten worden gehuisvest – zoals in Noord-Limburg en met name in de gemeente Horst aan de Maas – steeds vaker roepen: ‘Massa Basta’.

Migratie staat zeer hoog op de politieke agenda. Arbeidsmigratie is, als het over aantallen migranten gaat, aanzienlijk hoger dan asielmigratie, kennismigratie en/of studiemigratie. Wat betreft de toe-stroom van arbeidsmigranten is die in de Regio Noord-Limburg het grootste in Nederland. Dat heeft vooral te maken met het ‘groot denken’ in de regio Venlo, waardoor de regio zich ontwikkeld heeft tot Nederlands logistieke hotspot. Het gehanteerde droombeeld: Winst op de vele malen boven de marktwaarde aangekochte grond, winst op vergunningverlening, enorme WOZ-inkomsten en geen werklozen meer in onze UWV-bestanden. Onze regio zou in de vaart der volkeren omhoogschieten! Echter, de op basis van deze fantastische vergezichten gedane investeringen, ook vaak al vooruit-lopend op definitieve besluiten, drukken nog zwaar op de gemeentelijke huishoudpotjes.

Inmiddels heeft de regio Noord-Limburg ‘s lands grootste veestapel, ‘s lands grootste verdichting van logistieke hallen en uit onderzoek blijkt dat de regio met bijna 20% van de 840.000 geregistreerde arbeidsmigranten ook daarin Nederlands recordhouder is. De regio heeft een grote aantrekkingskracht op buitenlandse investeerders, handelaren in en huisvesters van Oost-Europese arbeiders en transportbedrijven, die veelal via postbusconstructies, ook met veel buitenlandse chauffeurs van buiten de Europese-Unie werken. Daarmee kenmerkt de regio Noord-Limburg zich als landelijk gebied ook door grootschalige en uitbreidende land- en tuinbouw en uitbreidende, enorme logistieke hallen. Dat heeft ook tot gevolg dat mede door fijnstof, ammoniak en stikstof, de luchtkwaliteit in Noord-Limburg tot de meest ongezondste van ons land behoort.

De regio Noord-Limburg met haar grootschalige land- en tuinbouw kent door de aard van haar productie veel seizoensarbeid. Daarbij wordt nauwelijks gebruik gemaakt van autochtone arbeidskrachten, maar voornamelijk een beroep gedaan op Oost- Europese seizoensarbeiders, veelal tijdelijk (short stay), veelal niet geregistreerd. Over wat die “tijdelijkheid” betreft kan opgemerkt worden dat veel arbeidsmigranten inderdaad bepaalde periodes in Nederland werken, vervolgens enkele maanden weer teruggaan naar hun thuisland en vervolgens weer werken in Nederland (mede in verband met regels omtrent flexibel werken). De landbouwsector ondervindt echter steeds meer en in grote mate “concurrentie” van de logistiek sector, die ook een beroep doet op de ‘goedkope’ arbeidskrachten uit het oosten van Europa. De logistieke bedrijven willen duidelijk geen arbeidsvoorwaarden bieden, waardoor het werk ook interessant zou worden voor Nederlanders. Zij hebben nauwelijks binding met hun omgeving, zijn veelal enkel uit op lage kosten en grote winsten. Anders dan lobby- en PR-werk maakt maatschappelijk verantwoord ondernemen geen deel uit van hun bedrijfsvoering. Boeren en tuinders daarentegen maken met hun familie in het algemeen deel uit van hun omgeving en daarmee van de lokale maatschappij. Huisvesting van arbeidsmigranten bij deze boeren en tuinders – mits gereguleerd – leidt niet snel tot problemen.

De consequentie van deze massale toestroom van arbeidsmigranten heeft hier maatschappelijk en sociaal nú, maar zeker ook in de toekomst een enorme impact. Met name in de achterstandswijken groeit de toename van parallelle samenlevingen. Politie Limburg Noord besteed momenteel de helft van hun tijd aan arbeidsmigranten. Huisartsen en maatschappelijke instanties luiden de noodklok.

Gemeenteraden – die geluiden uit de maatschappij beginnen op te vangen – krabben zich meer en meer achter de oren. Moeten die buitenlandse investeerders, met buitenlands werknemers waar buitenlandse chauffeurs af en aan rijden, blijven faciliteren met onze goedkope grond, onze infrastructuur, onze BTW-regelingen en toenemende import van goedkope OostEuropese arbeidsmigranten, die gehuisvest worden in grote “arbeiderskampen”?

Na de commissie Roemer en de onafhankelijke Adviesraad Migratie heeft nu ook de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 aan het kabinet gerapporteerd, waarbij arbeidsmigratie onderwerp van studie was.

Het rapport van de commissie Roemer gaat in hoofdzaak over de enorme misstanden met betrekking tot de arbeidsmigranten. Dit rapport ligt nog in vele kasten te verstoffen. Alleen de krenten uit de pap leiden tot maatregelen. Zo wordt bijvoorbeeld wel gewerkt aan het certificeren van uitzendbureaus, maar het scheiden van wonen, werk (en vaak ook vervoer van land van herkomst naar Nederland) krijgt nauwelijks aandacht. Terwijl juist de driedubbele afhankelijkheid van arbeidsmigranten leidt tot een toenemende dakloosheid. Daar hebben we in onze regio navrante voorbeelden van kunnen zien. Een nog jonge Litouwer werd door Kafra uit zijn woning gezet, verloor zijn werk en werd dakloos. Hij sliep ’s nachts in een tentje in een maisveld. Daar werd hij door een oogstende boer met een hakselaar overreden en vond hij de dood. Door het onafhankelijke nieuwsmedium “Follow The Money” is daar een uitvoerige reconstructie over geschreven (zie: https://horstaandemaas.sp.nl/nieuws/2023/12/vragen-sp-aan-bw-naar-aanleiding-van-overleden-dakloze-arbeidsmigrant).

Door massaliteit, flexwerken (met 6- tot 7-daagse werkweken en werkdagen van 10 tot 12 uur), flexwonen, niet of zogenaamd tijdelijk registreren en daarmee tot 30% op de loonkosten bezuinigen en door de enorme bijkomende maatschappelijke kosten af te wentelen op de maatschappij, kun je goed verdienen aan arbeidsmigratie. Op arbeidstijden wordt nauwelijks gecontroleerd en in die situatie valt er voor werkgevers/uitzendbureaus enorm te verdienen. Zeker als bijkomende kosten op de maatschappij afgewenteld kunnen worden, is persoonlijke verrijking eenvoudig te realiseren. Uit onderzoek blijkt dat Nederland momenteel meer dan 14.000 zogenaamde uitzendbureaus telt. Ook de huisvesting van arbeidsmigranten biedt mogelijkheden tot zelfverrijking.

De Adviesraad Migratie laat in haar adviesrapport ‘Naar een Brede Welvaartsbenadering in Arbeidsmigratie’ (waar we als Werkgroep Huisvesting Arbeidsmigranten Horst aan de Maas een concrete bijdrage mochten leveren) zien dat het ook anders kan. De Adviesraad gaat in op de vraag “Voor wie willen we wat met onze maatschappij?”. In tegenstelling met wat tot nu toe de praktijk is zouden sociale partners, onafhankelijke deskundigen, overheden en vooral ook burgerconsultatie (!) onderdeel moeten uitmaken van de advisering, als het gaat om arbeidsmigratie.

De op 1 augustus jl. ingestelde ‘Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050’ had als opdracht van het kabinet en de Tweede Kamer tegen de achtergrond van de brede welvaarts-benadering te adviseren over demografische ontwikkelingen. In het bijzonder met het oog op vergrijzing en migratie, tot ten minste 2050. Dit rapport laat zien dat er keuzes gemaakt kunnen worden. Het laat ook zien wat de gevolgen zijn, ook als er geen keuzes worden gemaakt.

Deze rapportages van onafhankelijke deskundigen knagen aan de verdienmodellen van uitzend-bureaus, distributiebedrijven, huisvesters (huisjesmelkers) en andere belanghebbenden. Het is dan ook niet vreemd dat PR-afdelingen van werkgevers en hun belangenclubs, huisvesters en handelaren in arbeidsmigranten met ingehuurde lobbyisten de trom roeren. Ondanks het feit dat er in Nederland nog meer dan een miljoen mensen aan de kant staan en veel van de bedrijven voor Nederland nau-welijks toegevoegde waarde hebben, omdat ze met name gericht zijn op het buitenland (denk daar-bij vooral aan de distributiebedrijven). Desondanks brengen zij als argumenten naar voren dat arbeidsmigranten noodzakelijk zijn om de economie te redden, de vergrijzing en personeelstekorten op te vangen, en vooral dat Nederlanders dat werk niet zouden willen doen. Als we ze naar huis sturen hebben we morgen een probleem, willen ze ons doen geloven.

Recent heeft voormalige politicus Gert Jan Segers (als Kamerlid heeft hij samen met de SP gepleit voor betere regulering – in de lijn van “Roemer”) – een rapport geschreven in opdracht van de Frank van Gool, c.q. Otto Work Force. De titel: ‘Het is tijd voor grip op arbeidsmigratie’. In de inleiding komen de hiervoor gebruikte argumenten weer voorbij: ‘Nederland kan niet zonder arbeidsmigran-ten’. Kennelijk werkt het dat als je de leugen maar vaak genoeg herhaald, het vanzelf de waarheid wordt. In zijn rapport ook de bewering dat in onze voormalige kolonie Indonesië – waar een groot deel van de bevolking geen toegang heeft tot de gezondheidszorg – heel veel goed opgeleide verpleegsters geen werk hebben en dus beter naar Nederland kunnen komen.

Het zou Segers niet gaan om “goedkope handjes”, waar veel aan te verdien is. Segers doet dat zogenaamd om onze gezondheidszorg te redden. Ondertussen wordt het zorgpersoneel in Nederland onderbetaald, verlaten velen de zorg omdat ze te weinig getaald krijgen en zijn ze vooral bezig met administratie in plaats van het werk waarvoor ze gekozen hebben: zorgen voor de medemens! Daarover rept Segers niet in zijn rapport.

Na de rapporten van de Adviesraad Migratie en de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 zou nu iedereen moeten weten dat het ook anders en maatschappelijk verantwoorder kan. Toch kan de situatie vooralsnog als volgt beschreven worden: Daar waar het gaat om arbeidsmigranten kunnen uitzenders, huisvesters en vaak ook werkgevers heel goed geld verdienen, hebben zij de lusten en de kosten en lasten drukken op de maatschappij. Het uitgangspunt ‘de vervuiler betaalt’ wordt in deze niet of nauwelijks gehanteerd! Terwijl het steeds duidelijker wordt dat de nu nog ongebreidelde toestroom van arbeidsmigranten beter geregeld moet worden

Wat is nodig?

In lijn met de aanbevelingen van Roemer, in het kader van ‘meten is weten’, stellen wij voor om voor niet ingezetenen die in Nederland werkzaam zijn, een registratieplicht te laten gelden. Registratie met minimaal en te verifiëren werk- en woonverblijf. Uit onderzoek is gebleken dat uitzendbureaus exact weten waar en hoelang arbeidsmigranten werken en verblijven. Maar dat zij – ook als dat verplicht is – deze mensen niet of nauwelijks (laten) registreren. Om de opvang, huisvesting, begeleiding, registratie, toezicht, handhaving, integratie, inburgering goed te ondersteunen zouden de kosten die het hele scala rond arbeidsmigratie met zich meebrengt, op de direct belanghebbenden (werkgevers, uitzendbureaus en huisvesters) verhaald moeten worden. In plaats van 30% te bezuinigen op de loonkosten zou bijvoorbeeld een toeslag van 10 to 30% op de loon- en woonkosten voor werkgevers, uitzenders en huisvesters voor niet-ingezetenen kunnen gelden.

Een andere mogelijkheid om te komen tot beheersbaarheid is het maximaliseren van te huisvesten aantallen arbeidsmigranten (in de vorm van percentages van bijvoorbeeld 10%) in dorpen en steden (gemeenten) en regio’s. Het percentage arbeidsmigranten in de gemeente Horst aan de Maas groeit naar verwachting binnenkort tot 25% van het totaal aantal inwoners. Door cumulatie kan die 25% overschreden worden.

De gemeente Venlo laat momenteel, ver van hun woonkernen, aan de grens van de gemeente Horst aan de Maas, door uitzenders en logistieke bedrijven grote huisvestingslocaties, met 600 tot 800 bedden bouwen. Het gevolg: aan de grens tussen Horst aan de Maas en Venlo leven in een cirkel van zo’n drie kilometer op een bevolking van 300 inwonenden 3000 arbeidsmigranten! In die situatie is de balans volledig zoek! Het kan ook anders. In de gemeente Peel & Maas mag het aantal huisves-tingsplaatsen voor arbeidsmigranten niet groter zijn dan 10% van de bevolking. Omdat het aantal van 4600 arbeidmigranten daar is bereikt hebben ze, tot ongenoegen van uitzenders, een voorlopige stop op de uitbreiding van arbeiderskampen afgekondigd.

Ook zouden we lessen moeten trekken uit het verleden. In de jaren zestig/zeventig importeerden we gastarbeiders uit Zuid-Europa/Noord-Afrika en die massale import liet al bij de eerste generatie zien hoe moeilijk de integratie verliep (vooral omdat ook toen de gastarbeiders meer gezien werden als arbeidsmiddelen dan als mensen) en ging het daar (om dat ze aan hun lot werden overgelaten) vooral mis bij de 2e en 3e generatie. Misstanden waar we nu nog mee geconfronteerd worden! En waarbij het werk waarvoor ze kwamen – scheepsbouw, mijnbouw, kledingindustrie, schoenenindus-trie, enzovoorts – er ook niet meer is. Als bedrijven terug moeten vallen op arbeidsmigranten, zo leert het verleden, dan gaat het dus niet goed met die bedrijfstakken en verdwijnen ze, óf door faillisse-menten óf door vertrek naar het buitenland. Kortom: hebben bedrijven die gebruik maken van arbeidsmigranten wel bestaansrecht?

Tot slot

Onze maatschappij moet greep krijgen op het vraagstuk “arbeidsmigratie”. Het moet anders, zo heeft het rapport van Roemer laten zien. En het kan anders, zo hebben de rapporten van de Adviesraad Migratie en de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 laten zien. Het gaat om beheersbaarheid en de huidige massaliteit vraagt – zeker waar het gaat om laaggeschoolde mensen met een andere taal, cultuur en levensopvattingen – om gedegen beleid en gedegen begeleiding.

Sturen op aantallen en kwaliteit vraagt om een integrale aanpak met een breed maatschappelijk draagvlak. Kwaliteit heeft een kostprijs. Als gesteld dienen kosten voor goede opvang, toezicht, begeleiding, maatschappelijke impact, goede integratie, etc. daar neergelegd te worden waar ze thuishoren. Van belang is de prachtige theoretische oplossingen en vaak mooie plaatjes en praatjes van belanghebbenden en lobbyisten door te prikken.

Wat vragen wij

  • Stop de ongebreidelde toestroom van arbeidsmigranten. Overheden (landelijk, provinciaal, regionaal en gemeentelijk) moeten nadrukkelijker de belangen van hun burgers behartigen en in beleid en bij besluitvorming meenemen.
  • Stop het faciliteren van ongebreidelde toestroom door een stop op de grote huisvestingslocaties, die te omschrijven zijn als “arbeidskampen”.
  • Stop de ongebreidelde toestroom van arbeidsmigranten door als uitgangspunt te hanteren dat 10% van de lokale bevolking het maximum is aan arbeidsmigranten. Het maximale wat een goed functionerende gemeente/maatschappelijke omgeving kan behappen.
  • Investeer maximaal in beheer, toezicht en integratie en leg de kosten daarvan neer waar ze thuishoren: uitzenders, huisvesters en werkgevers.
  • Registreren: beheersbaarheid begint met meten.

Graag gaan we met u in gesprek om aan de hand van de praktijk te laten zien welke impact de aanwezigheid van arbeidsmigranten (huisvesting) heeft op de omgeving.

Paul Geurts,

Namens de Werkgroep arbeidsmigranten Horst aan de Maas,
p/a Blauwververstraat 77
5961 KH Horst

CC: Fracties in de Tweede en Eerste Kamer, de regiogemeenten, de gemeenteraad van Horst aan de Maas, media en “dossier Arbeidsmigranten”

Download het document als pdf via deze link.

View on Facebook

Voeg opmerking toe

Klik hier om een opmerking toe te voegen

×