Column door Ewa van Rooij – Niepokulczycka
Sneeuwpret.
Vrije dagen.
Files die ineens gezellig worden genoemd.
Kinderen met rode wangen, glühwein in thermoskannen en werkgevers die zeggen: “Werk maar thuis, het is glad.”
Nederland onder een wit dekentje.
Alsof alles even zacht is.
Maar onder die zachte vlokken ligt iets anders.
Iets grauws.
Iets wat niet smelt als de zon opkomt.
Want terwijl wij sneeuwpoppen maken, slapen anderen buiten.
Of in auto’s.
Of op banken die allang geen banken meer zijn, maar tijdelijke reddingsboeien.
Dakloze arbeidsmigranten.
Mensen die hier kwamen werken, niet om te kamperen in min vijf.
Mensen die letterlijk bijdragen aan onze economie, maar bij vorst ineens “geen binding met de gemeente” hebben.
En ja, er zijn winteropvanglocaties in Nederland.
Bij extreme kou gaan er extra bedden open.
Maar – klein detail – niet voor iedereen.
Gemeenten hanteren regels.
Je moet ingeschreven zijn.
Je moet een verblijfsstatus hebben.
Je moet “zelfredzaam” zijn, of juist weer niet.
Je moet precies het juiste hokje aantikken om niet door het ijs te zakken.
Amsterdam heeft een winterkouderegeling.
Rotterdam ook.
Utrecht, Den Haag – allemaal iets.
Maar dat “iets” is vaak tijdelijk, vol of niet toegankelijk voor arbeidsmigranten zonder papieren of vaste woonplek.
Vrij vertaald:
Je mag hier werken.
Maar bevriezen? Dat moet je zelf oplossen.
Ondertussen delen we foto’s van besneeuwde straten met captions als “Magisch!”
En ja, het is mooi.
Maar schoonheid zonder verantwoordelijkheid is gewoon decor.
Wie écht helpt?
Organisaties zoals FairWork, die misstanden aankaarten en mensen begeleiden.
Lokale initiatieven, kerken, vrijwilligers, soepbussen.
Mensen zonder marketingbudget, maar met handschoenen en menselijkheid.
Het sarcasme wil zeggen:
Wat knap, een rijk land dat raketten kan lanceren, AI kan trainen en sneeuwvrij kan strooien –
maar geen warme plek kan garanderen voor wie hier werkt en vastloopt.
Sneeuw is wit.
Maar de realiteit eronder is grijs.
En lelijk.
En koud.
Misschien is dat de echte winterpret:
doen alsof we het niet zien,
terwijl anderen hopen dat ze de nacht halen.
En morgen?
Dan smelt de sneeuw.
De schaamte helaas ook.
Pozdrawiam Ewa

