Volkskrant, 18 juli 2026 – Opinie – Minister Hans Vijlbrief van Sociale Zaken memoreerde bij zijn aankondiging van een ‘uitzendverbod voor slachthuizen’, eerder deze maand, dat de sector al sinds 2011, vijftien jaar dus, uit en te na gewaarschuwd en gesommeerd is een beetje normaal om te gaan met de mensen die in de sector werken. Aangezien de talloze vermaningen, ‘bestuurlijke overleggen’, convenanten en wat dies meer zij onvoldoende soelaas hebben geboden, krijgt de sector nu dus een verbod aan de broek om nog met uitzendkrachten te werken. Dat klinkt als daadkrachtig beleid. Maar is het dat eigenlijk wel?
[ ]Wat gebeurt er, denken de SEO-onderzoekers, als het uitzendverbod van kracht wordt? Hoogstwaarschijnlijk nemen de slachthuizen de bestaande uitzendkrachten, nu twee op de drie werkenden in deze sector, voornamelijk arbeidsmigranten, dan in loondienst. Let wel: op tijdelijke contracten, met een beperkt aantal vaste uren, en met maximale flexibele inzet.
Heeft dat effect op de arbeidsomstandigheden in slachthuizen? Niet direct, denkt SEO, want die omstandigheden verschillen eigenlijk niet tussen uitzendkrachten en niet-uitzendkrachten. Er kan hooguit een indirect effect optreden, omdat de werkgever straks zelf voor de kosten opdraait van slechte arbeidsomstandigheden en ziekteverzuim, en het dus kan lonen om te investeren in betere werkomstandigheden.
Lees hier verder (origineel bericht)
