25 maart 2026 – Onder leiding van de lobby van grote huisvestingspartijen worden Nederlandse gemeenten verleid om grootschalige shortstay-complexen te vergunnen aan de randen van bewoond gebied en op industrieterreinen. De belofte is dat deze voorzieningen dakloosheid onder arbeidsmigranten tegengaan en dat dit de overlast in de wijken zal verminderen. Dit soort grote wooncomplexen wordt gepresenteerd als een oplossing voor de woningnood.
Echter, in een shortstay-huisvesting mag niet worden gewoond. Een arbeidsmigrant kan zich er ook niet inschrijven en blijft op deze manier volledig afhankelijk van het uitzendbureau. Want zonder inschrijving kan geen Digi-D worden aangevraagd, geen eigen zorgverzekering worden afgesloten en is het haast onmogelijk om gebruik te maken van het sociale vangnet in Nederland. Ook is een shortstay-verblijf altijd gekoppeld aan werk. Bij verlies van baan wordt een arbeidsmigrant dus dakloos.
In dit artikel leggen we uit waarom grootschalige shortstay-complexen juist geen oplossing zijn voor de woningnood maar voor nog meer daklozen zullen zorgen en arbeidsmigranten afhankelijk houden.
Arbeidsmigranten blijven vaak lang in Nederland
De branche wil ons laten geloven dat arbeidsmigranten hier kort verblijven en tijdelijk komen werken. Dit blijkt echter niet te kloppen. Cijfers tonen aan dat ruim driekwart van de arbeidsmigranten nog in Nederland is een jaar na aankomst. En meer dan de helft is er na drie jaar nog steeds.
Veruit de meeste arbeidsmigranten komen dus niet om slechts een paar maanden te werken. De meerderheid van de arbeidsmigranten komt om langdurig in Nederland te blijven.
Aansluiten bij het systeem in Nederland
Wie naar Nederland komt om te werken, heeft allereerst een Burger Service Nummer (BSN) nodig. Om dit te verkrijgen, schrijven uitzendbureaus de zojuist aangekomen werknemers in bij het Register Niet Ingezetenen (RNI). In dit register wordt het adres in het thuisland van de arbeidsmigrant geregistreerd als woonadres. Er is dus geen sprake van een verhuizing naar Nederland.
De arbeidsmigrant verblijft hier op papier dus tijdelijk en houdt zijn hoofdverblijf in het thuisland.
Omdat er geen sprake is van vestiging in Nederland, kan er geen eigen zorgverzekering worden afgesloten en is het niet mogelijk om een Digi-D aan te vragen. Dit bemoeilijkt de communicatie met de overheid. Ook is het niet mogelijk om bij een huisarts in te schrijven.
Deze constructie zorgt er ook voor dat een hele grote groep arbeidsmigranten onzichtbaar en onvindbaar is voor de overheid. Het overzicht van wie waar is en hoeveel mensen er zijn, is er simpelweg niet.
Met andere woorden: arbeidsmigranten met een RNI-inschrijving zijn geen onderdeel van de Nederlandse samenleving en kunnen geen gebruik maken van het medische en sociale vangnet in ons land. Het zijn passanten die hier op papier slechts tijdelijk verblijven. Maar hoe lang is tijdelijk?
Inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP) opent deuren (en is een wettelijke verplichting)
Iedereen die langer dan vier maanden in Nederland verblijft, is wettelijk verplicht zich in te schrijven in de BRP. Wie ingeschreven staat in de BRP, is een inwoner van ons land en kan gebruik maken van alle Nederlandse vangnetten. Men kan een Digi-D aanvragen, bij het UWV aankloppen, zelf een zorgverzekering afsluiten en zich inschrijven bij een huisarts. Een inschrijving in de BRP is dus meer dan een verplichting. Het is een noodzakelijke stap om volledig onderdeel te worden van het Nederlandse systeem en gebruik te kunnen maken van alle faciliteiten voor burgers. Een BRP-inschrijving is noodzakelijk om te kunnen integreren.
Shortstay: het conflict
Grootschalige shortstay-huisvesting wordt altijd gebouwd op locaties zonder woonbestemming. Vaak zijn dit afgelegen plekken aan de randen van bewoond gebied of op industrieterreinen. Het ontbreken van een woonbestemming vormt ook voor inschrijvingen in de gemeente-administratie een groot probleem. De meeste gemeenten werken namelijk niet mee aan het inschrijven in de BRP van iemand die op een short stay-locatie verblijft. Een BRP-inschrijving zou namelijk betekenen dat er op zo’n locatie gewoond wordt, wat niet mag.
Ook uitzendbureaus proberen het inschrijven te ontmoedigen. Zo heeft branchevereniging ABU in haar model-huurovereenkomst een clausule staan die zegt dat het hoofdverblijf van de huurder in het thuisland moet zijn. Ook bij NBBU leden zijn dergelijke clausules in contracten gevonden. Daarnaast voeren veel uitzendondernemingen druk uit op arbeidsmigranten om inschrijving tegen te gaan. Denk hierbij aan dreigen met ontslag, een boete of een verplichte verhuizing.
Voor wie worden die grootschalige shortstay-complexen eigenlijk gebouwd?
Zoals aan het begin van dit artikel al vermeld is, blijft het merendeel van de arbeidsmigranten lang in Nederland. Het zijn dus niet de ‘tijdelijke werknemers’ waar de branche altijd over rept. Het zijn mensen die in Nederland een toekomst willen opbouwen maar de kans hiertoe niet krijgen, omdat ze vast blijven zitten in shortstay-constructies, die gekoppeld zijn aan tijdelijke werkcontracten, vaak jarenlang. Door de nog steeds voortdurende woningcrisis in Nederland is het haast onmogelijk om zelf betaalbare woonruimte te vinden als arbeidsmigrant.
In plaats van meer shortstay-huisvesting bouwen, zou er dus juist geïnvesteerd moeten worden in complexen met zelfstandige woonunits waarop wel een woonbestemming zit.
En er is nog iets: Veel grootschalige shortstay-complexen worden gedeeltelijk verhuurd aan het COA. Dit toont aan dat de behoefte onder uitzendbureaus om hun mensen te vestigen kleiner is dan gedacht.
Het voorstel van Mona Keijzer
Voormalig woonminister Mona Keijzer heeft de Tweede Kamer een voorstel gestuurd om shortstay aan banden te leggen. Het idee is om shortstay voor maximaal 30 dagen toe te staan, waarna arbeidsmigranten een vast of tijdelijk huurcontract moeten krijgen. De vraag die hierbij gesteld mag worden, is waar arbeidsmigranten zullen gaan wonen als de 30 dagen shortstay voorbij zijn. Wonen is immers niet toegestaan op een grootschalige shortstay-locatie. Dat zou betekenen dat iedereen na 30 dagen moet verhuizen naar een andere plek. Deze plekken zijn momenteel niet beschikbaar en worden nu ook nog niet gebouwd. Waarom investeert de branche niet in huisvesting met woonbestemming?
Arbeidsmigranten met huurrecht worden door de branche gezien als risico
Shortstay verhuur aan arbeidsmigranten is een goed verdienmodel. De huur kan oplopen tot meer dan 150 Euro per persoon per week. Het is makkelijk in te zien dat een complex waar 300 arbeidsmigranten tijdelijk mogen verblijven, heel veel geld oplevert. Zodra arbeidsmigranten ‘gewone huurders’ worden, verandert er het een en ander. Vanaf dat moment is er sprake van huurbescherming. Iemand zomaar op straat zetten kan dan niet meer. Ook zal het puntenstelsel voor zelfstandige of onzelfstandige woningen van toepassing worden, wat zal zorgen voor een aanmerkelijk lagere huuropbrengst.
En wat vooral lijkt te steken: door de huurbescherming raken arbeidsmigranten hun huisvesting niet langer kwijt als de uitzendbaan stopt. Hiermee zullen de investeerders in dergelijke bouw dezelfde incassorisico’s lopen als elke andere verhuurder.
Shortstay zorgt voor meer daklozen. We hebben juist mid- en longstay nodig
Arbeidsmigranten die gehuisvest worden in shortstay hebben altijd gekoppelde woon- en werkcontracten. Hierdoor raken ze hun bed kwijt als hun baan ophoudt. Het bouwen van meer shortstay is dus geen maatregel om dakloosheid tegen te gaan, maar juist een middel om nog veel meer arbeidsmigranten op termijn dakloos te maken.
In plaats van zich te richten op het bouwen van grootschalige shortstay, zouden gemeenten na moeten denken over het realiseren van woonunits waar men zich wel in mag schrijven en die geschikt zijn om straks, als shortstay aan banden wordt gelegd, arbeidsmigranten te kunnen huisvesten die een vast of tijdelijk huurcontract krijgen.
Welke gedachtensprong moet er nog gemaakt worden voordat wethouders wakker worden en realistisch over het huisvesten van arbeidsmigranten gaan denken? Een eerste stap is om niet enkel de oren naar de uitzendlobby te laten hangen maar vooral te kijken naar wat echt nodig is, nu en in de nabije toekomst.

