Column door Ewa van Rooij – Niepokulczycka – Jarenlang was de richting duidelijk. Van Polen naar Nederland.
Voor werk. Voor geld. Voor kansen. Voor dat leven waarvan thuis werd verteld dat het in West-Europa nét wat makkelijker zou zijn. Een hoger salaris, meer zekerheid, een betere toekomst. Polen stapten in busjes, auto’s en vliegtuigen richting Nederland. Sommigen voor een paar maanden, anderen bleven jaren. Er kwamen kinderen, huizen, hypotheken en levens bij.
Maar ergens lijkt de stroom langzaam van richting te veranderen.
In 2025 vertrokken er volgens het CBS voor het eerst meer mensen met een Poolse herkomst uit Nederland dan erbij kwamen. Het verschil is nog geen volksverhuizing: ongeveer 1.100 mensen. Maar misschien is juist dát interessante nieuws. Niet het aantal, maar het feit dat het gebeurt.
Want waarom zou iemand na vijf, tien of vijftien jaar Nederland besluiten: genoeg geweest, ik ga terug? Misschien omdat Polen niet meer het Polen is waaruit zoveel mensen ooit vertrokken.
Wie Polen nog steeds voor zich ziet als het goedkope Oost-Europese land waar vooral weinig betaald wordt, heeft een aantal ontwikkelingen gemist. De werkloosheid behoort inmiddels tot de laagste van Europa en de lonen zijn de afgelopen jaren flink gestegen. Natuurlijk ligt het salarisniveau nog altijd lager dan in Nederland. Maar salaris is maar één kant van de rekensom.
Want wat heb je aan een hoger Nederlands salaris als een groot deel ervan verdwijnt aan wonen? Wat heb je aan een land met zogenaamd eindeloos veel kansen als je na jaren nog steeds een flexcontract hebt en geen bestaan hebt kunnen opbouwen?
En hoeveel is honderd of vijfhonderd euro extra per maand waard als opa, oma, broers, zussen en vrienden duizend kilometer verderop wonen?
Dat laatste wordt in discussies over arbeidsmigratie nogal makkelijk vergeten. We praten graag over Polen alsof migratie een economische spreadsheet is. Hier verdient iemand X. Daar verdient die persoon Y. Dus blijft hij hier.
Alleen werken mensen niet zo.
Onderzoek naar Poolse migranten in Nederland laat al langer zien dat sterke banden met Polen een belangrijke rol spelen bij de wens om terug te keren. Familie, een partner, vrienden en het gevoel ergens bij te horen wegen mee. Net als werkzekerheid. Wie hier weinig binding opbouwt, kijkt makkelijker weer richting Polen.
En Nederland heeft het die groep ook niet altijd eenvoudig gemaakt.
Een deel van de Poolse arbeidsmigranten kwam terecht in een systeem waarin werkgever, uitzendbureau, vervoer én woning met elkaar verbonden waren. Flexcontracten, gedeelde woningen, weinig privacy en werk beneden het eigen opleidingsniveau zijn geen uitzonderlijke verhalen uit de beginjaren van de Poolse migratie. Onderzoek naar Poolse werknemers in Nederland beschrijft precies die afhankelijkheid.
Natuurlijk geldt dat lang niet voor iedereen. Er zijn honderdduizenden Polen die hier een bestaan hebben opgebouwd, Nederlands spreken, een woning hebben gekocht, kinderen hebben die hier zijn geboren en helemaal niet overwegen om terug te gaan.
Maar misschien zit daar juist het interessante verschil. Twintig jaar geleden moest Nederland nauwelijks zijn best doen om aantrekkelijker te zijn dan Polen. Het economische verschil deed dat werk vanzelf.
Nu wordt de vergelijking ingewikkelder.
Nederland heeft hogere lonen, maar ook een woningmarkt waarop zelfs Nederlanders zich afvragen hoe ze ooit nog aan een huis moeten komen. Polen verdient minder, maar biedt voor iemand die met Nederlands spaargeld of Nederlandse werkervaring terugkeert soms ineens mogelijkheden die vroeger niet bestonden.
En dan is er nog iets moeilijker meetbaars: thuis.
Je kunt twintig jaar ergens wonen en nog steeds merken dat iemand bij het horen van je naam vraagt waar je “eigenlijk vandaan komt”. Je kunt vloeiend Nederlands spreken en toch Pool blijven. Het Sociaal en Cultureel Planbureau constateerde eerder dat veel Polen zich ook na jaren primair Pools voelen en in hun vrije tijd relatief vaak binnen Poolse kringen bewegen.
Misschien is integratie daarom ook niet altijd een rechte weg richting Nederland. Soms bouw je hier twintig jaar een leven op en ontdek je juist daardoor wat je aan de andere kant hebt achtergelaten. En misschien moeten we daarom niet alleen vragen waarom Polen vertrekken. Misschien moeten we ons afvragen waarom we er zo lang vanuit zijn gegaan dat ze vanzelf zouden blijven.
Nederland heeft zichzelf graag gezien als het eindstation: je kwam uit Polen, werkte hard, verdiende meer en dus had je het beter.
Maar Polen stond ondertussen niet stil. En Nederland ook niet. Alleen bewoog niet alles hier de goede kant op.
Misschien is dat negatieve migratiesaldo daarom geen spectaculair cijfer. Nog niet.
Maar het is wel een kleine barst in een gedachte die jarenlang vanzelfsprekend leek: dat het gras in Nederland per definitie groener is.
Pozdrawiam Ewa

