SP Horst aan de Maas – 14 oktober 2026 – Op 28 september 2026 stelde de Tweede Kamerfracties van SP en Pro schriftelijke vragen aan Minister Hermans van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VVD) over de problemen van arbeidsmigranten om in Nederland toegang te krijgen tot de gezondheidszorg. Onlangs antwoordde de minister (zie bijlage). Kort gezegd komt haar antwoord er op neer dat er nog niet veel geregeld is om de problemen op te lossen, de verantwoordelijkheid daarvoor afgeschoven wordt op anderen en dat de boodschap aan de arbeidsmigrant in Nederland feitelijk is “Zoek het maar uit!”…
In 2020 bracht Emile Roemer advies uit aan de toenmalige regering over de schandalige situatie, waarin arbeidsmigranten in Nederland zich bevinden. De titel van het adviesrapport: “Geen tweederangsburgers. Aanbevelingen om misstanden bij arbeidsmigranten tegen te gaan”. Vijf jaar later – in november 2025 – concludeerde de Volkskrant dat er weinig terecht is gekomen van de adviezen van Roemer en dat de opeenvolgende regeringen treuzelen om de situatie te verbeteren. En nu – weer een jaar verder – zijn de adviezen met betrekking tot de toegang van arbeidsmigranten tot de gezondheidszorg in Nederland nog steeds onvoldoende opgepakt door de regering. Dat mag geconcludeerd worden uit de antwoorden die de Minister van Volksgezondheid gaf aan SP’er Jimmy Dijk en Pro-Kamerlid Patijn op hun Kamervragen.
Uit het antwoord van de minister blijkt dat er waarschijnlijk zo’n 100,000 (honderdduizend!) arbeidsmigranten in Nederland (zowel werkend als werkloos) onverzekerd rondlopen. De precieze aantallen weet de minister niet eens… De minister erkent in haar antwoorden dat veel arbeidsmigranten hun zorgverzekering verliezen, als zij ontslagen worden door hun baas, in de meeste gevallen een uitzendbureau. Zij moeten zelf maar uitzoeken hoe ze alsnog verzekerd worden of zorg krijgen als ze ziek zijn. Het VVD/CDA/D66-kabinet beperkt zich tot nu toe tot het “informeren van arbeidsmigranten over hun rechten en plichten ten aanzien van de zorgverzekering”. Volgens de minister moet de arbeidsmigrant – als hij (gedwongen) stopt met werk – terugvallen op de zorg in zijn land van herkomst. Terwijl veel arbeidsmigranten heel vaak onvoldoende middelen hebben om überhaupt terug te gaan naar hun land van herkomst. En dit gebeurt dus in een land – Nederland – waar zowel de overheid als werkgevers (waaronder de uitzendbureaus) om het hardste roepen dat “we” niet zonder arbeidsmigranten kunnen!
SP en Pro signaleren in hun vragen aan de minister dat arbeidsmigranten die niet geregistreerd staan in de Basisregistratie Personen (BRP) – die gemeenten uitvoeren – zich moeilijk in kunnen laten schrijven bij een huisartsenpraktijk en daardoor in veel gevallen overgeleverd zijn aan de spoedeisende hulp. De minister erkent dat: “…niet ingeschreven bij de BRP bemoeilijkt de inschrijving bij de huisarts…”. Ondertussen, zo stelt de minister, werkt het kabinet aan een betere registratie van arbeidsmigranten door meerdere maatregelen wil nemen. Even in perspectief: na zes jaar is dat dus nog steeds niet geregeld! Voor een deel komt dat, omdat gemeenten – zoals de gemeente Horst aan de Maas – grote bezwaren hebben tegen zulke maatregelen. Een andere reden voor de beperkte toegang tot de zorg ligt volgens de minister in de taalbarrière en de beperkte kennis van het Nederlandse zorgsysteem bij arbeidsmigranten. Dat zou door voorlichting opgelost moeten worden en daar dragen samenwerkingsafspraken van zorgverzekeraars, zorgaanbieders en soms (!) werkgevers aan bij, zo stelt de VVD-minister. De voorlichting zou volgens de minister al beter geregeld zijn door het instellen van zogenoemde WIN-punten (Project “Work in NL”). Uit vragen van de SP Horst aan de Maas over die WIN-punten blijkt overigens, dat de bereikbaarheid daarvan ook zeer beperkt zijn. Ze zijn maar enkele uren, op momenten dat de migranten werken, en op enkele dagen in de week open.
Op de vraag van de Kamerleden Dijk en Patijn waarom de aanbevelingen van Roemer op het punt van toegang tot de gezondheidszorg nog niet zijn uitgevoerd, draait de minister om de hete brij heen en geeft ze eigenlijk geen antwoord en voor zover wel antwoord geeft lijkt ze haar verantwoordelijkheid af te schuiven op anderen. En als toetje geeft de minister aan dat “…zorgverzekeraars (..) zorgaanbieders actiever (gaan) aanspreken op onterechte weigering of behandeling van arbeidsmigranten (en) toetsen zij de betrouwbaarheid van werkgevers voordat ze collectieve verzekeringen afsluiten”.
Op de concrete vraag van SP’er Dijk en Pro-Kamerlid Patijn of de minister het met hen eens is dat het onacceptabel is dat arbeidsmigranten de weg naar goede gezondheidszorg niet weten te vinden en onderweg zoveel hobbels tegen te komen, antwoord de minister: “Uiteraard vinden wij goede gezondheidszorg en toegang tot zorg belangrijk” en “het kabinet zet stappen om de drempels waar mogelijk weg te nemen…”. Dat is dus nog steeds niet gebeurd! Terwijl – het moet nog maar eens gezegd worden – de aanbevelingen van Roemer al zes jaar lijken te verstoffen in diepe laden op het ministerie.
Lees hier verder (origineel bericht)
