UvA, 2 februari 2026 – Arbeidsmigranten uit de Europese Unie worden veelal gezien als tijdelijke werknemers, die na hooguit twee jaar Nederland weer verlaten. Meer dan de helft van hen verblijft echter langdurig in Nederland. Hun woonsituatie is vaak onzeker en kwetsbaar: ze delen huisvesting met anderen of huren via een informele constructie. En dat verbetert met de jaren lang niet altijd.
Dit blijkt uit het promotieonderzoek van UvA-sociaal geograaf Dolly Loomans, dat zij deed in samenwerking met het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). ‘Het beleid in Nederland is gericht op tijdelijk verblijf en gaat daarmee uit van een realiteit die voor veel arbeidsmigranten niet bestaat. Hoog tijd dus om verder te kijken dan kortetermijnoplossingen’, aldus Loomans. Zij promoveert op woensdag 11 februari aan de UvA.
[ ]‘Voor veel arbeidsmigranten blijkt Nederland geen korte tussenstop’, vertelt Loomans. ‘Meer dan de helft blijft langdurig. Dan moet je denken aan minstens zes jaar, maar vaak nog langer. Steeds meer van hen vestigen zich in landelijke en voorstedelijke gebieden. In beleidsdiscussies worden deze plekken gezien als aankomstlocaties, maar de migranten die langer in Nederland blijven werken, blijven meestal in hetzelfde type gebied wonen als waar ze begonnen zijn. Ook wordt vaak verondersteld dat ze van ondermaatse woonomstandigheden doorstromen naar betere, stabielere huisvesting, maar voor een grote groep blijft deze vooruitgang uit.’
Lees hier verder (origineel bericht)UvA-promovendus maakt korte metten met beeld van ‘tijdelijke’ arbeidsmigrant
Folia, 2 februari 2026 – EU-arbeidsmigranten blijven veel langer in Nederland dan we denken, zag UvA-buitenpromovendus Dolly Loomans tijdens haar onderzoek bij het Planbureau voor de Leefomgeving. Een grote groep krijgt te maken met ondermaatse woonomstandigheden, waar ze nog langdurige gevolgen van ondervinden.
Dolly, wat klopt er niet aan het beeld van ‘de arbeidsmigrant’?
‘In de media, maar ook bij beleidsmakers en werkgevers heerst vaak het beeld dat arbeidsmigranten seizoenarbeiders zijn. Laagopgeleide Polen, Bulgaren en Roemenen die naar Nederland komen om tijdelijk in de landbouw te werken en in precaire woonsituaties verblijven. Bij oplossingen wordt er dan vaak naar iets tijdelijks gezocht. Terwijl er ook een groep is die jaren en soms uiteindelijk hun hele leven in Nederland blijft wonen.’

