Ten Advocaten, 24 december 2025 – Minister Keijzer van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) heeft in een Kamerbrief in november 2025 aangekondigd het huurrecht op een aantal punten te willen wijzigen, onder meer door de contractvorm ‘naar aard van korte duur’ te beperken tot maximaal 30 dagen. Daarnaast wil minister Keijzer arbeidsmigranten expliciet de mogelijkheid bieden om een tijdelijk huurcontract aan te gaan, met als doel hun rechtspositie te versterken en misbruik te voorkomen.
Maar hoe is de huurbescherming van arbeidsmigranten in Nederland juridisch geregeld, en welke inzichten biedt de recente uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland (ECLI:NL:RBMNE:2025:3838), mede in het licht van de aangekondigde wetswijzigingen?
[ ]Conclusie
Voorgenomen wetswijzigingen proberen de bescherming van arbeidsmigranten verder te versterken.
De uitspraak van Rechtbank Midden-Nederland van 22 juli 2025 (ECLI:NL:RBMNE:2025:3838) bevestigt dat de bescherming van arbeidsmigranten tegen verlies van woonruimte bij einde dienstverband is verankerd in het Nederlandse recht.
Werkgevers en verhuurders kunnen dus niet volstaan met een contractuele koppeling van arbeid en huur om huurbescherming te omzeilen. Alleen in uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld bij aantoonbare tijdelijke aard van de huur, kan hiervan worden afgeweken. De feitelijke situatie en het beschermingsdoel van de wet zijn leidend. Dit biedt arbeidsmigranten een belangrijk juridisch vangnet tegen misbruik en plotselinge huisuitzetting.
Lees hier verder (origineel bericht)
